Lang, lang geleden in een land hier heel ver vandaan woonde een meisje. Het meisje hield van lezen, het liefst zat ze onder de tafel waar niemand haar zag. Ze was een stil meisje, een tikje verlegen en altijd een beetje bang. Ze durfde niet goed te zeggen wat ze dacht en was het liefst in haar eigen wereldje. Ze las sprookjes over ridders en draken, over helden en queestes in verre landen. Ze las en las, en haar boekenkast vulde zich met boeken. Ook verzamelde ze beeldjes van draken. Soms uit de boeken, soms kreeg ze er één uit een land aan de andere kan van de wereld. Ze vond ze allemaal prachtig, maar het mooiste vond ze de kristallen draak, die een glasblazer voor haar had laten ontstaan uit gesmolten glas. Hij glinsterde en glom naar haar vanaf zijn plekje in de boekenkast. Soms leek het net alsof hij naar haar knipoogde en wilde vertellen wat ze moest doen, maar dat was natuurlijk onzin.

Ze was ook een braaf kind, wat deed wat van haar verwacht werd. Ze ging naar school en leerde hoe het hoorde en wat de regels van de wereld waren. “Hard werken en zorgen voor later!” leerden haar ouders haar. “Doe maar zoals de iedereen doet.” zeiden de andere kinderen op school. “Dan hoor je er bij.” Het meisje probeerde het, maar toch voelde ze zich altijd een beetje anders. Ze dacht en las, las en dacht veel na over allerlei dingen, over eerlijkheid en waarin ze geloofde en over wat een goede vriend zijn betekent, maar het hielp haar niet om te weten wat ze nou precies moest doen. Het meisje ging naar verschillende scholen en steeds leerde ze meer. Op één van de scholen leerde ze, hoe ze haar gedachten kon laten dwalen. Daardoor werd ze minder bang en heel kalm. Ze ging soms in haar gedachten op reis naar wonderlijke plekken die ze niet altijd begreep. Toch voelde het altijd goed en was ze daarna heel rustig. Ook hierdoor leerde ze meer over wie ze was en wat belangrijk voor haar was. 

Op één van die reizen in haar gedachten kwam ze bij een groot plein voor een burcht.
Ik zak door de grond en kom onder het plein terecht, waar een grote grot is. De grot staat voor met water en er is een opening, waar ik naartoe wil zwemmen. Op de één of andere manier kan ik er niet in zwemmen en dan komt er een grote schildpad naar me toe. Ze geeft me een ei, dat in mijn onderbuik verdwijnt. 
Het meisje was verbaasd. Een ei? Ze voelde aan haar onderbuik, maar daar was niets te zien. Ze liet de ervaring voor wat het is en vertelde het aan niemand. Wat zullen ze wel niet denken….

Zo gingen er jaren voorbij waarin het meisje las en nadacht. 

Nu was het meisje een jonge vrouw geworden. Ze vertelde op de school waar ze werkte graag verhalen, maar niet vaak over draken. Ze las nog altijd veel boeken over draken maar ze was bang dat mensen het raar zouden vinden en het niet zouden begrijpen. Draken bestaan niet echt, toch? Ze deed nog steeds wat van haar verwacht werd, maar steeds vaker vroeg ze zich af waarom. Hierop kreeg ze nooit een antwoord. ‘Dat hoort zo’, werd er dan gezegd. Soms was de jonge vrouw het allemaal zat en deed ze ineens iets heel anders, omdat dat goed voelde. Zo ging ze op een mooie voorjaarsdag op reis. Ze had gehoord dat een groep reisgenoten naar een mooi land ging en ze voelde, dat ze daar bij wilde zijn. Ze kwam in een warm land met bergen en prachtige steden en ze keek haar ogen uit. Ze genoot van de natuur en de nieuwe indrukken en had fijne gesprekken met de reisgenoten, waarin ze veel leerde. 
Ook had ze bijzondere ervaringen in een grote stad die ze bezocht. Zo kwam ze in een rond gebouw, het voelde aan als een tempel met een groot gat in de koepel. Ze ging zitten op één van de banken en liet haar gedachten dwalen. 
Het gebouw is helemaal leeg, en stil. Uit de vloer komt een draak met een slangenlijf in een spiraal omhoog en zijn kop stopt vlak voor mijn gezicht. Hij is, ondanks dat hij bijna doorschijnend is, erg indrukwekkend, maar ik weet dat hij geen kwaad in de zin heeft. Hij komt heel dichtbij en zegt dat ik een ei van zijn zuster ontvangen heb. Ik kan alleen maar knikken en dan zegt de draak dat ik daar goed voor moet zorgen. Hij draait nog een paar rondjes door de lucht en verdwijnt dan.

De jonge vrouw was er beduusd van. Een draak? En dat ei… ze herinnerde zich de ervaring van eerder, maar ze begrijpt er niets van. Al nadenkend liep ze het gebouw uit en ging richting de grote burcht in het midden van de stad. Langs de rivier verkochten kunstenaars hun werk en een paar waren er bezig met verf en paletmessen. De jonge vrouw hoorde zichzelf denken ‘Paint me a dragon…’ en haar mond viel open wanneer de kunstenaar een paar laatste streken zet en het doek dan omdraaide. Het was een fel oranje draak… De jonge vrouw reisde verder en ontmoette de reisgenoten weer. Ze durfde niet te vertellen over wat ze dacht en zag, zag en dacht. 

Op een nacht werd de jonge vrouw vroeg wakker. Ze ging rechtop zitten en liet haar gedachten dwalen zoals ze gewend was. Dit keer ging ze weer op reis maar nu waren de reisgenoten bij haar, die als lichtende figuren om haar heen stonden. Ze kwam op het plein van de burcht, die ze een paar dagen ervoor had bezocht. 
Ik zak er doorheen in water. Nu zie ik de opening van een grot, waar ik naartoe ga. Het is een tunnel en wanneer ik hierin ga, zie ik het uiteinde van de tunnel. Het gaat onregelmatig open en dicht, alsof er een klep voor zit. De tunnel wordt steeds smaller, totdat ik het gevoel heb dat ik er niet doorheen kan. Aan het einde heb ik het gevoel dat ik me er bijna fysiek doorheen moet wurmen.
Ik bevind me dan aan de rand van een enorme holte, waar zich op de bodem iets bevindt. Ik deins terug, de bodem is vol van smerigheid, vuiligheid, ellende. Het emotioneert me enorm, maar ik weet dat ik hier moet zijn. Ik adem diep en maak weer contact met de energie van de Magdalena en de reisgenoten achter me. Dan maak ik de bodem schoon, zodat er een goudgele bol tevoorschijn komt. Ik weet dan dat dit een enorm drakenoog is. 
Ik kus het oog wakker. Het oog opent zich en ik vraag wat ik nog meer kan doen. De draak huilt, en ik huil met haar mee. Ik vraag nogmaals wat ik nog meer voor haar kan doen en dan verschijnen er rondom het oog honderden, duizenden figuren met vleugels van licht. Ik voel heel veel energie en ik weet dat het goed is. De koepel boven de holte breekt open en er valt een bundel licht op het oog van de draak. Ik kan dan weer omhoog naar het plein. De draak is wakker.

De jonge vrouw was helemaal in de war. Was dit een droom? Het zag er zo echt uit en de tranen op haar wangen zijn ook echt. Na lang aarzelen vertelde ze haar reisgenoten over haar ervaring. Die luisterden aandachtig en dankten haar voor haar verhaal. De jonge vrouw was verbaasd en heel blij: ze vonden het niet raar! Sterker nog, de reisgenoten vroegen haar of ze meer verhalen had en meer kon vertellen over de draken. “Nee,” zegt de jonge vrouw, “ik weet alleen wat ik zie en denk.” en van binnen voelde ze dat ze hier meer over wilde leren. 

Thuis gekomen zocht ze in boekwinkels en op markten naar boeken over draken. Sommige boeken waren in een andere taal, daar studeerde ze op tot diep in de nacht. Andere boeken hadden prachtige platen waar ze verwonderd uren in kon bladeren. 

Zo gingen jaren voorbij waarin de jonge vrouw boeken las en leerde. 

Toen was de jonge vrouw helemaal grijs geworden. Echt oud was ze nog niet, maar ze dacht wel steeds meer na over wat het leven haar had gebracht en wat zij nog wilde doen. Al een paar jaar was een flinke zwarte draak haar gezelschap komen houden. Ze hadden in gedachten al heel wat vluchten gemaakt en andere draken ontmoet, maar hij was de enige die bij haar bleef. 
Soms had de vrouw even contact met de oranje draak van de burcht. Ze glimlachte dan om de kracht en vurige blijdschap van de draak, die allerlei capriolen uithaalde boven en in de burcht.
De vrouw vertelde nog steeds niet vaak over haar draak of de andere draken die ze inmiddels zag en voelde. Ze wist – dat had ze uit de boeken geleerd – dat lang niet iedereen draken kon zien of dat wilde ervaren. 

Op een dag hoorde de vrouw, dat haar reisgenoten van vroeger weer op reis zouden gaan. De vrouw twijfelde, zou ze mee gaan? Haar draak gaf haar een zetje en de reisgenoten zeiden dat ze het fijn zouden vinden als ze mee ging, en daar ging ze. 

Een ander land dit keer, met nieuwe bergen. Geen burcht of paleizen, maar een mooi eenvoudig huis bovenop een heuvel. De reisgenoten en de vrouw praatten vaak tot ’s avonds laat over wat ze in de voorbijgaande jaren hadden meegemaakt. Er werd een traan gelaten en gelachen en de vrouw voelde zich thuis. Het was net, alsof dit eigenlijk haar familie was, zo warm werd haar hart.

Op een morgen zaten de reisgenoten bij elkaar en lieten ze hun gedachten dwalen. Het was stil en er waaide een briesje. De vrouw zag, dat haar zwarte draak aan haar voeten lag en aanwezig was. Ze glimlachte, het was altijd fijn om haar draak bij zich te hebben. De vrouw merkte dat ze helemaal zacht werd en legde haar handen op haar buik. Van binnen voelde ze, dat er iets gebeurde. Haar onderbuik opende zich van binnenuit en haar benen spreidden zich. Ze zag of voelde, voelde of zag dat er een vorm ontstond in haar onderbuik. Ze was het helemaal vergeten, maar opeens wist ze het: “Het ei! Het ei van de draak!”
Langzaam maar zeker groeide het ei en vond het een weg naar buiten. Er was geen pijn, alleen een samentrekken van haar spieren. Het was vreemd en wonderbaarlijk tegelijk. Het drakenei verdween in de grond. Ze zag of voelde, voelde of zag het ei steeds dieper gaan en lag toen in de heuvel onder het huis. 
Die avond vertelde de vrouw wat er gebeurd was als eerste aan de vrouw des huizes. Zij was de hoeder van de plek en moest weten van het drakenei. De gastvrouw was ontroerd en heel benieuwd naar de draak. Ze stelde allerlei vragen maar de vrouw kon haar niet meer vertellen dan dat er een draak geboren zou worden. Ook de reisgenoten waren blij en benieuwd wat de draak zou brengen. 

In de dagen die volgden praatten de reisgenoten veel met elkaar en werden ze goede vrienden. De gesprekken gingen steeds dieper totdat de vrouw voelde, dat het ei geraakt werd. In een gesprek over Liefde voelde de vrouw ineens, dat de draak er was. De draak keek de vrouw aan met een groot stralend gouden oog en de vrouw voelde een traan over haar wang glijden. Toen was de draak weer verdwenen in een vlaag blauw-witte glinstering. 
De vrouw voelde, dat de draak verbonden was met de Universele Liefde waarover ze met de reisgenoten had gesproken en met het mystieke hart van Moeder Gaia.  De draak zou de Liefde vanaf de plek door het hele land verspreiden, nu was het haar taak om dat te doen in het land waar zij woonde. 

De vrouw reisde terug naar huis met haar hart open en vol van Liefde. Ze voelde dat ze nog veel vaker op reis zou gaan met de draken én de reisgenoten. Ze wist nog steeds niet precies wat ze moest doen, maar ze vertrouwde op haar hart – en haar draak. 

 

(gedicht door Swift, 2004, tekening onbekend)

8 thoughts on “Het meisje en de Draak”

  1. Om stil van te worden, om blij van te worden, om geraakt te worden in deze alles omvattende universele liefde, om zo dankbaar te zijn! Christiaan

    1. Het is een verhaal van nu maar ook zeer verbonden met een verhaal van weleer, waardoor we elkaar steeds weer opnieuw ontmoeten, mens en draak en de geliefden. Dankbaar voor jouw ‘zijn’, draken-hoed-ster!

  2. Mooi lieve prachtige Drakenrijdster!
    Dat de draken energie je mag begeleiden naar grote hoogtes, de draken kracht jouw kracht mag zijn, zijn vleugels jouw bescherming, zijn oog jouw intuitie en het ei jouw nieuwe geboorte
    Ik vind jouw geweldig
    Warme knuffel
    De Hout Draak

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *